Nieuws
Caravanpark Voor Site

Livelihood

Een briefwisseling tussen De Nieuwe Vorst en Schwalbe

Afgelopen december stonden er tenten en later caravans in onze tuin. Sommige van jullie hebben dat waarschijnlijk wel gezien, anderen niet. Sommigen hebben zich afgevraagd wat dat was, anderen niet. En sommigen hebben het gewoon gevraagd.

Het was theatercollectief Schwalbe dat hier in residentie (in de breedste zin van het woord) vertoefde. Ze hebben hard gewerkt maar misschien niet aan een voorstelling want daar horen verwachtingen bij die ze niet gaan waarmaken. Ze organiseerden twee Livelihood avonden omdat ze toch ook wel veel zin hadden om hun gedachten en ideeën te delen met andere mensen.

Hieronder een briefwisseling tussen Maurice, directeur van onze vaste plek en een van de nomadenleden van Schwalbe. Over livelihood en wat dat precies inhoudt (als iemand dat al weet), over beeldhouwcursussen, levende ruimtes en het verschil tussen vastigheid en tijdelijkheid.

vr 25 januari 2019
Column

Woensdag 5 december 2018

Beste Daan en Marie,
Mensen die de caravans in de tuin zien hebben gezien vragen ons: wie zijn dat en wat komen ze doen? Dan vertellen we: collectief Schwalbe bestaat uit vijf theatermakers die een maand lang bivakkeren in De Nieuwe Vorst. Ze werken in ons gebouw, lunchen mee, schuiven aan bij ons werkoverleg, koken een maaltijd in onze kelder en slapen in de tuin. Het zijn wat je noemt kunstenaars-in-residentie. Meestal gaan kunstenaars-in-residenties ’s avonds naar huis en hervatten ze ’s ochtends het werk. Maar Schwalbe sluit de deur achter ons, doet het licht uit en wordt ’s ochtends wakker van de stofzuiger. Dan komen wij weer binnen, wij die aan de achterkant van het theater werken, op kantoor, achter de bar of in de laad- en losruimte, en niet in de repetitieruimte of op het podium.

Sinds jij, Daan, laatst tijdens de Pecha Kucha aan tweehonderd geïnteresseerden vertelde over waar Schwalbe in De Nieuwe Vorst mee bezig is kan ik daar iets aan toevoegen. Namelijk dat jullie proberen NIET te werken aan een voorstelling. Niet naar iets toe te werken, niet te focussen op wat gaan we voorbereiden voor het publiek dat straks komt kijken. Maar wij als podium kunnen het maar moeilijk laten om ons te verplaatsen in dat publiek, dat er, waar dan ook en vroeg of laat, ongetwijfeld zal bijkomen. Of komt er niks tastbaars en is het daarmee goed gelukt om niet met het maken bezig te zijn? Daar ben ik wel benieuwd naar.

Trouwens, wat me opvalt is dat het ons tot nu toe goed lukt om zonder verwachtingen samen deze periode door te maken. In de nazomer kookten jullie voor ons. We ontmoetten elkaar toen als mensen en niet als medewerkers of vakmensen, ieder in zijn of haar rol. Jullie hebben niet beloofd of voorspeld wat je hier zou doen. Wij op onze beurt hebben steeds gedacht: we zien wel. Misschien wilden we liefst voorbereid zijn zodat we jullie het beste konden helpen. En jullie op tijd beperkingen konden opleggen. We bekijken het fijn van dag tot dag en we zien wel. Werken voor een deel lekker langs elkaar heen. Dat zouden meer mensen moeten doen!
Groet,
Maurice


Bed Hal

Vrijdag 7 december 2018

Beste Maurice!
Dank voor je brief,
Hier wat woorden terug, vanuit een caravan.

Het licht is al aan in de nieuwe vorst, maar waarschijnlijk is vooralsnog alleen de schoonmaakster nog binnen. Ik dacht laatst dat de schoonmaakster het gebouw misschien wel het beste kent van iedereen. Omdat zij in alle ruimten komt, de ruimtes echt aanraakt. En omdat zij het gebouw kent met alleen het geluid van zichzelf erin, zonder dat er allerlei mensen in verschillende ruimten aan het werk zijn.
Hoewel techniek het gebouw misschien ook op die manier kent,
Het geluid van het gebouw met weinig mensen erin.

Jij zei een tijdje geleden dat jij ook wel een keer in het bed van de nachtwacht zou willen slapen. Ik kan het je aanraden, om het een keer te doen. Omdat het bijzonder is, om het gebouw een keer door de nacht heen mee te maken.
Met welke geluiden het gebouw tot rust komt en hoe deze weer ontwaakt, en welke geluiden daar zo'n beetje doorheen zoemen, als een soort ademhaling.

We zijn begonnen, en dit is een heel fijn gebouw om doorheen te bewegen. Het wordt gewoner om hier ‘s avonds laat nog te zijn, ‘s ochtends alweer te zijn de routes worden gekender.
Ariadna en Floor hebben een beeldhouw-cursus gevolgd en wijzen naar het bewerkte steen en zeggen nu als we door het trappenhuis lopen 'en dit is dus allemaal met de hand gemaakt!' Ik zie nu steeds als ik daar loop al die mensen voor me, die met lawaai in stenen hakken, al die uren voor het uitgehakte steen in het trappenhuis.

Met Gert, de stadsecoloog, liepen we een rondje door Tilburg en die wees ons op het mos dat moedige pogingen doet op de plekken waar het baksteen poreus is. Waar de wortels meer ruimte willen dan de straat toelaat. Ik vond dat mooi, de stad door de ogen van een ecoloog. En door de ogen van een 'beeldhouw-leerling'.

Alle moeite tussen, rond en onder al dat steen.

Het is waar dat we niet werken aan een voorstelling, maar we zijn wel aan het werken. En er komt ‘een werk’. We noemen het geen voorstelling omdat er bepaalde verwachtingen horen bij het woord voorstelling, die wij niet zullen inlossen. Omdat we niet in een zaal zijn, en omdat we ons anders opstellen tegenover het publiek, dat we soms met soms tegenover of tussen het publiek zullen bewegen. Dat we anders met begin- en eindtijden omgaan dan voorstellingen ‘normaal’ gesproken doen.

Maar ik zou toch wel zeggen dat we aan het maken zijn, dat we voortbouwen op gedachtes en ideeën die we de afgelopen tijd ontwikkeld hebben die, verzameld, doorgegroeid uitgeprobeerd en bijgeschaafd zijn.

Dus we zijn op een manier wel aan het maken, en we hebben ook zin dat uit te wisselen met het publiek.
Hopelijk kom je langs en wisselen we van gedachten daar vanuit weer een ander stadium van ‘ons werk’.

Ik vind het mooi dat we hier zo welkom ontvangen zijn, dat we zoveel ruimte hebben gekregen van jullie, in alle opzichten, ‘de mensen maken de plek’ zei ik gisteren nog tegen je, ik geloof dat echt.
Dit is een hele hele mooie werk- (en woon) plek, maar de mensen die maken ‘m tot wat ‘ie is.

Dank voor jullie gastvrijheid,
onze wegen gaan hier nog kruizen gelukkig.
En hopelijk drinken we nog een glühwein in de tuin,
tussen onze caravans,
als een pré-nieuwsjaars-afscheidsborrel,

Lieve groet,
Marie

Schwalbe

____________________________________


Dinsdag 18 december 2018

Ha Marie,
Het is maandagochtend, een donkere regenachtige decemberdag. Het gebouw is nog stil. Hier en daar wordt er in kantoren gewerkt en vergaderd. Jullie voormalige honk (de Buurtkamer) is nu de tijdelijke werkplek voor de mensen van Brabant C, het fonds dat pas in januari terecht kan in het nieuwe onderkomen in de LocHal. Zoals de theaterzaal een paar keer per week transformeert in weer een nieuwe eenmalige omgeving voor een voorstelling, zo krijgen ook andere ruimtes in ons pand steeds weer nieuwe bewoners en functies. Straks wordt de gestrande camper van Daan weggehaald door de wegenwacht en is de tuin niet langer het Schwalbe-dorpje, maar een tuin klaar voor de winter.

Hoe we in deze tijd tegen gebouwen aankijken is anders dan het lange tijd was. Dat merk je in onze sector als mensen het hebben over 'stenen'. Het geld gaat in stenen zitten en niet in de inhoud - een veelgehoorde klacht. Ik doe niets af aan het belang van geld voor projecten en producties. Maar je hebt ook een plek nodig. Een gebouw, een fysieke plaats, waar het werk kan ontstaan. Je schreef dat het vooral om de mensen gaat. Daar ben ik het helemaal mee eens. Tegelijk is de ruimte waarbinnen mensen samen werken heel bepalend. Een fijn gebouw schept mogelijkheden en stimuleert.

Theater vind je steeds vaker buiten gebouwen, op straat, in een weiland, in gebouwen die daar niet voor zijn gemaakt. Dat hoef ik jou of jullie niet uit te leggen. Er is een grote behoefte aan het toe-eigenen van de context, om een eigen, unieke ruimte te creëren, of die naar je hand te zetten. Het gebouw van De Nieuwe Vorst staat er 146 jaar, een symbool van industriële welvaart. En sinds iets meer dan 20 jaar ook een symbool van kunst en cultuur. Een instituutje, misschien. Past dat nog bij deze tijd?

Ik denk het wel. Als je kijkt hoe we onze ruimtes gebruiken zie je dat een gebouw ook iets tijdelijks heeft. De stenen blijven staan en de verwarming gaat elke dag aan, maar het gebouw vormt zich naar wat er binnen gebeurt. Een theater beweegt mee met de mensen die er zijn en met wat ze willen doen. De leegte die jullie nu achterlaten (dat klinkt dramatisch..) maakt dit achteraf voelbaar. Ik houd wel van wat vastigheid en dat iets al langer bestaat. Als het nieuwe dingen maar mogelijk blijft maken. Jullie lieten zien dat er bij De Nieuwe Vorst gelukkig nog genoeg ruimte is voor iets nieuws.

Hoe zit het eigenlijk met livelihood en het verschil tussen vastigheid en tijdelijkheid, denk je?
We zijn heel benieuwd naar het vervolg van jullie project. Hou ons op de hoogte als je wil!

Liefs ook van de rest,
Maurice

Nachtwacht Schwalbe

Woensdag 2 januari 2019

Ha Maurice!
Dank voor je brief,

Op de één of andere manier laat deze brief zich pas in het nieuwe jaar schrijven. Maar dat is misschien niet erg. Gelukkig nieuwjaar aan jullie! Omdat we al samen oliebollen gegeten hebben, lijkt het of wij het jaar al voordat het begon enigszins hebben ingeluid, alsof we daar al waren. Schwalbe sluimert momenteel, in eigen livelihoods, om vanaf volgende week weer samen te komen en verder te werken.

Ik vind het mooi wat je schreef; dat ruimtes geen vaste ruimtes hoeven zijn, ik denk dat dat ruimtes levend kan houden. Aan de muur van mijn woonkamer heb ik ooit een quote gehangen uit een boek van K. Schippers. Die schreef; ‘een edelman als Balthus weet dat je een kamer nooit helemaal in balans mag brengen, dan krijg je het onbeweeglijke’.

Ik merk dat ik dat zo’n mooie gedachte vind; dat er beweeglijkheid in een ruimte kan zitten die niet per sé uit de mens hoeft voort te komen. (En dat balans als einddoel misschien niet zo interessant is, ik denk dat ik mezelf daaraan wilde herinneren toen ik 'm ophing)
Een beweging zonder ons.

Ik kan me voorstellen dat doordat De Nieuwe Vorst een villa was, en nu een theater en kantoren, de ruimte zelf al meer uitnodigt tot het waarborgen van verschillende functies. Tot beweeglijkheid. Bij schwalbe is vastigheid tegenover de tijdelijkheid is bij onze groep altijd wel een thema, op een bepaalde manier. Niet alleen in het werk dat naar buiten gebracht wordt, maar ook ons werken zelf. We roepen al langere tijd dat we een clubhuis willen, een eigen plek waar dingen kunnen achterblijven, waar we mensen kunnen uitnodigen, dingen aan de muur kunnen hangen. Iets wat kan groeien en mag blijven. Tegelijkertijd willen we ons graag nomadisch opstellen, tijdelijk aandokken bij verschillende theaters, ons steeds opnieuw verhouden.

Dus komen we uit op een vastigheid die toch ook tijdelijk is. Ik denk dat beide behoeftes zullen blijven bestaan. Wortelen en bewegen, ik vind de beweging buiten de theaterzaal een interessante, omdat de context van het theater verplaatsen volgens mij ook leidt naar een opnieuw kijken.

Grappig dat je zegt ‘naar de hand zetten’, ik bedoel dat is natuurlijk ook waar, tegelijkertijd creëer je (kader je) als maker een ruimte waar je geen volledige controle over hebt. Waar een grilligheid van buiten invloed gaat hebben op je werk. Ik denk het gegeven, dat dingen ‘door toeval betekenis’ krijgen ook maakt dat je hier als publiek zo opengaat in het kijken.
(Tegelijkertijd blijf ik ook echt houden van de zaal, van de concentratie die je daar hebt. Ik denk dat hier ook de 'in en uit' beweging interessant is, en kun je m ook herzien zonder er volledig uit weg te gaan, of door er nu en dan terug te keren)

Maar het is inderdaad ook een interessante vraag voor livelihood; wat de duur betekent voor dit project, en hoeveel ‘wortel’ of hoe verplaatsbaar we ons hierin willen opstellen. Op dit moment zijn we vooral geïnteresseerd in de livelihood rond het theater. Minder ons eigen wonen centraal stellen, maar eerder het wonen wat er al is op de plek waar we ‘tijdelijk aangedokt zijn’.

Het wordt spannend, dat sowieso,
We gaan je uitnodigen!
En hopen je daar in een duurzame tijdelijkheid te mogen ontmoeten.

Groet aan allen daar!
Marie

Schwalbe