Nieuws
0921 Cuckoojahakoocampoducu 17© Radovan Dranga

Koo doorbreekt de grens tussen mens en machine (Cuckoo)

tumult.fm, Carlo Siau

Cuckoo van de Zuid-Koreaanse theatermaker-performer Jaha Koo (°1984) vormt het tweede luik van zijn Hamartia Trilogy, dat met Lolling and Rolling uit 2015 van start ging. Met ‘hamartia’ verwijst hij naar de antieke tragedie waarin het hoofdpersonage vanaf het begin van het stuk een ingebakken ‘vergissing’ (het doel missen) bevat. In zijn interpretatie van het begrip legt de performer de nadruk op “how the inescapable past tragically affects our lives today”.

vr 5 augustus 2022
Recensie

Dat laatste wilt hij ons doen voelen: niet aan de hand van onze eigen westerse historiografie, maar aan de hand van een overzicht van de Koreaanse geschiedenis sinds Jaha Koos geboortejaar, 1984. Dertig jaar aan historische beelden flitsen als weggezapt voor onze ogen: de ondertekening van het IMF-akkoord tussen de VS en Zuid-Korea, de daaropvolgende crisis in de werksector en de sluiting van banken, de toenemende sociale onzekerheid en stakingen… Een verleden dat Jaha Koo zelf niet schiep, maar waardoor zijn leven sterk werd beïnvloed. In de trant van “Something is rotten in the state of Denmark” stelt hij ons de vraag hoe die zogenoemde “ill-conceived society” ontstond. Metafoor van dienst zijn drie eiervormige rijstkokers met de naam Cuckoo, als eponiem even sterk ingeburgerd zoals wij met het woord Pampers luiers bedoelen.

Het rijstkokermerk had als enige doel elke Koreaanse keuken te veroveren. Massaconsumptie van technologie op het het eerste zicht, maar Jaha Koo slaat terug. De technologie wordt overwonnen - gehackt is de betere uitdrukking - door de machinerie te voorzien van lichtjes en spraak die verder gaat dan de melding dat “de rijst gereed is en er zacht moet geroerd worden”. De worsteling wordt onbewust versterkt door de verdwenen ondertiteling: om het probleem op te lossen gaat er altijd een mens aan vooraf.

In tijden van de gps met irritante stemmen en een hilarische Siri doorbreekt Koo de absolute grens die we als mens willen bewaren tussen mens en machine/robot. Hoe we zelf nog mens kunnen zijn, is de existentiële vraag die in de Cuckoos vervat zit. Twee van rijstkokers proberen elkaar de loef af te steken met hun talrijke functies. De megalomanie van beiden ontaardt in een potje moddergooien waarop de ene zegt tegen de andere: “Wat heb je nu aan een rijstkoker die enkel rijst kan koken?”. Wie verkiezen we met andere woorden te zijn? De multifunctionele mier die meer en meer op zich neemt tot hij ten onder gaat aan het gewicht of de zwijgzame werker (de derde rijstkoker) die op de achtergrond werkt totdat die ene klus (rijst koken) geklaard is?

Een beetje van elk, zo blijkt uit de verschillende voorbeelden die Koo ons voorlegt. Het eerste verhaal is onmiddellijk het meest persoonlijke. Terry, een goede vriend van de performer, was in het bankwezen even succesvol als echtgenoot en vader. Maar de economische crisis slingerde hem in een mallemolen van faillissement en een echtscheiding waarna Terry zichzelf van het leven beroofde. Hij is lang niet de enige. De zelfmoordcijfers in Korea stijgen exponentieel en volgen hiermee de tendens die zich in Japan voordoet. Treinaanrijdingen staan helemaal bovenaan. Vandaar dat Korea een oplossing zag in een mechanische doorzichtige wand tussen het spoor en de deuren van het voertuig. Hiermee wordt de link gelegd naar een volgend verhaal. Een jongeling moest voor zijn job als technieker defecte deuren in zo’n wand herstellen. Zo had hij op een dag verscheidene plaatsen af te lopen. In een race-tegen-de-klok verloor hij: een razende metro greep hem.

Beide opties lijken wel degelijk een ingebakken ‘hamartia’. Cuckoo toont echter niet alleen kommer en kwel. Het antwoord op het soms tragische verloop van de geschiedenis ligt misschien wel in de ridiculisering van de machine als in de metafoor van de machine: enerzijds een uithaal naar de doorgedraaide flitsende werkelijkheid waarin machines wijzen op een banaliteit als gegaarde rijst en anderzijds een toonbeeld van hoe slecht we soms zijn in dialogen, hoe polyvalent we willen zijn en hoe een malfunctie leidt tot lijden. Wij kijken alvast uit naar het sluitstuk van de trilogie dat de minder enigmatische werktitel The History of Korean Western Theater (2019) heeft.

Foto: Radovan Dranga